Communicatie met allochtonen

Het CBS definieert het begrip allochtoon als volgt:
Persoon die in Nederland woonachtig is en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

In Nederland maken we onderscheid in 3 generaties:

  • Eerste generatie —> In het buitenland is geboren en als immigrant naar Nederland gekomen.
  • Tweede generatie —> In Nederland geboren, met tenminste één ouder die in het buitenland geboren is.
  • Derde generatie —> Kleinkinderen van de eerste generatie.

De doelgroep allochtonen zijn over het algemeen moeilijk te bereiken als gemeente. Dit heeft vooral te maken met problemen in taal en andere gewoonten.

Communicatie - Waar moet je rekening mee houden?
Allochtonen zijn niet als één homogene groep te benaderen. Toch zijn een aantal uitgangspunten ongeveer gelijk voor alle groepen1:

  • Allochtonen gaan actief op zoek naar informatie als zij een concrete vraag hebben. Zonder een specifieke (persoonlijke) aanleiding is overheidsinformatie niet relevant en nemen ze een passieve houding aan.
  • Wanneer allochtone een vraag hebben, vindt in eerste instantie overleg plaats in het eigen netwerk.
  • Als het gaat om informatiekanalen, geven allochtonen de voorkeur aan een verbale, persoonlijke vorm van communicatie omdat deze aansluit op hun verbale cultuur, non-verbale communicatie in een gesprek een hulpmiddel kan zijn wanneer de Nederlandse taal niet goed wordt beheerst en in een gesprek een probleem kan worden toegespitst op de eigen situatie.
  • Bij communicatie met allochtonen is het allereerst belangrijk vertrouwen te winnen. Zonder vertrouwen krijg je nagenoeg niets voor elkaar.
  • Om eerste generatie allochtonen te bereiken kun je gebruik maken van intermediairs; zij zijn afkomstig uit de doelgroep, beschikken over een netwerk en hebben kennis van gewoonten, normen en waarden die binnen de doelgroep gelden en bovendien hebben zijn vertrouwen binnen de groep.
  • Om specifiek vrouwen van de eerste generatie te bereiken, kun je gebruik maken van vrouwelijke intermediairs (via de diverse vrouwennetwerkorganisaties).
  • Internet is vooral voor jongeren een zoekmiddel.
  • De telefoon heeft weinig voorkeur door de beperkte persoonlijk interactie. Beheersing van de Nederlandse taal en belkosten spelen hierbij een rol.
  • Schriftelijke informatievoorziening heeft niet de voorkeur, omdat de geschreven Nederlandse taal, vooral voor ouderen, een nog grotere barrière vormt dan de gesproken taal.
  • Jongeren vervullen binnen het gezin de rol van informatieverschaffers vanwege de beperkte taalbeheersing van oudere familieleden.
  • Binnen de man-vrouw relatie wordt de informatieverschaffer bepaald door de taalbeheersing en pas in tweede instantie door de traditionele rolverdeling waarbij de man de informatieverschaffer is.
  • Tussen jonge allochtonen en jonge autochtonen is geen verschil in benaderingsmethode.

Meer informatie? Links & Literatuur - Allochtonen

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 License.