Belangrijkste conclusies onderzoek Paul Rutten

De mogelijke en feitelijke belangrijke rol van de regionale publieke omroep vertaalt zich niet in bijzonder veel aandacht voor dit fenomeen in het huidige Nederlandse mediadebat. Die gaat vooral naar de landelijke publieke omroep. Dat geldt ook voor de inhoud van talrijke studies, rapporten en adviezen die er over het huidige medialandschap en dat van de toekomst worden uitgebracht. Dat is opvallend, juist omdat er in meerdere opzichten sprake is van veel beweging in de regionale publieke omroep.

Zo heeft de Tweede Kamer in maart 2005 een wet aanvaard die regelt dat de provincies vanaf 1 januari 2006 de volledige verantwoordelijkheid voor de fi nanciering van de regionale publieke omroep dragen. Deze stelselwijziging verplicht de provinciale overheid om voor minimaal één regionale publieke omroep per provincie de realisering van ‘kwalitatief hoogwaardige programmering c.q. omroep’ mogelijk te maken.

Ook programmatisch zijn er tal van ontwikkelingen in de regio. Regionale omroepen realiseren nieuwe programmavormen, onder meer op basis van de camjo-journalistiek. Regiodramaseries ontwikkelen zich tot kijkcijferkanonnen. Toch stagneert de groei in het gemiddelde bereik van de regionale televisie. Dat is te wijten aan het beperkte aanbod dat met bestaande middelen per dag gerealiseerd kan worden: één tot twee uur per dag aan nieuwe programma’s. In de vechtmarkt die de televisie is, wordt het steeds moeilijker om op die manier een sterke positie op te bouwen.

Regionale radio is al jaren een publieksfavoriet en vertaald naar landelijk niveau is hij marktleider. De websites van de regionale omroepen bieden mogelijkheden om programma’s te streamen en vervullen een aparte nieuws- en informatiefunctie. Het publiek van de regionale omroep is relatief oud. Vanwege de beperking in zendmiddelen kan hij de concurrentiestrijd ten opzichte van doelgroepenstations die zich specifi ek op jongeren richten, onmogelijk winnen.

De regionale publieke omroep heeft dezelfde taak als de landelijke, die is vastgelegd in artikel 13c van de Mediawet. De regionale publieke omroep moet een platform voor ontmoeting en discussie zijn, een trefpunt en een forum tegelijkertijd. Voor hem geldt dat hij, gezien zijn schaal, specifi eker kan aansluiten bij datgene wat in de bevolking leeft, dan de landelijke publieke omroep. Daaruit vloeit een specifi eke taak voort in steden en provincies waar een aanzienlijk deel van de bevolking een allochtone achtergrond heeft.

De uitgebreide analyse van trends, ontwikkelingen en inzichten in deze studie levert de volgende conclusies op.

  • De bijdrage van de regionale publieke omroep aan de kwaliteit van regionale democratie wordt steeds belangrijker, gezien de verschraling van het regionale medialandschap. Zijn maatschappelijke taak moet in die context worden uitgewerkt. Daarbij verdient de regionale publieke omroep een bredere opdracht dan zijn landelijke tegenhanger. Landelijk is er immers sprake van een rijker geschakeerde commerciële markt.
  • Nabijheid tot burgers en hun leefwereld is een sterk punt vanuit de optiek van journalistiek, markten en burgerbetrokkenheid. De regionale publieke omroep moet die in de toekomst verder gaan benutten om aan te sluiten bij (onder)stromen en in de dialoog met de samenleving. Ook in de digitale omgeving, waar in theorie de gehele wereld gemakkelijk bereikt kan worden, houdt aansluiting bij de regionale leefwereld een meerwaarde voor burgers in. Hier ligt een belangrijk deel van zijn kracht en publieke waarde.
  • Een groter deel van de publieke opdracht in het domein van de media kan regionaal worden ingevuld. Dat kan op basis van de sterke punten van de publieke regionale omroepen doelgericht en effi ciënt gebeuren. Dat geldt ook voor culturele omroepdoelstellingen. Het verdient daarom aanbeveling de toegang van de regionale omroepen tot de mediaen cultuurfondsen mogelijk te maken, gelijk aan die voor de landelijke organisaties. De automatische aanname dat het landelijke niveau het meest geschikt is om overwegend aan publieke omroepdoelstellingen vorm te geven is aan herziening toe. Discussies over middelentoewijzing moeten in dat licht gevoerd worden.
  • De huidige organisatie van de regionale omroep is in lijn met de gewenste hervormingen die voor zijn landelijke tegenhanger worden bepleit. Er is sprake van centrale sturing en geïntegreerde redacties. In die zin is de regionale publieke omroep goed geëquipeerd om doelgericht en effi ciënt aan optimale resultaten te werken. De bewaking van de interne pluriformiteit is een belangrijk aandachtspunt voor de regionale publieke omroep omdat er geen sprake is van verschillende organisaties binnen het regionale bestel die verschillende ideologieën representeren. De regionale publieke omroep kan specifiek gebruik maken van de diverse mogelijkheden die de digitalisering biedt voor het versterken van de kwaliteit, het vergroten van de effi ciency en de ontwikkeling van crossmediale formats. Daarom moet hij systematisch oog hebben voor scholing en innovatie op dit terrein. Internet wordt een volwaardige activiteit van de regionale publieke omroepen. De regionale publieke omroep moet zich, als gevolg van digitalisering, oriënteren op nieuwe rollen en mogelijke partnerschappen binnen en buiten de regio, bijvoorbeeld met cultureel erfgoedinstellingen. In de fase van overschakeling van analoge naar digitale distributievormen moet de regionale publieke omroep alert zijn, hoeft niet in te boeten op de kwantiteit (aantal bereikte huishoudens) en de kwaliteit (vindbaarheid en betaalbaarheid) van zijn bereik. Dit met het oog op zijn wettelijke opdracht.
  • Regionale publieke omroepen moet bijzondere aandacht besteden aan de verankering van de organisatie in de samenleving. Naast het wettelijk verplichte Programma Beleidsbepalend Orgaan (PBO) moeten zij andere vormen van maatschappelijke inbreng in de programmaontwikkeling verkennen. Ook moeten ze een verantwoordingssystematiek uitwerken, bijvoorbeeld naar analogie van de visitatie bij de landelijke publieke omroep.
  • De kwaliteit die de publieke omroep moet nastreven zal primair ingevuld worden in relatie tot de uitvoering van de maatschappelijke taak. De mate waarin die uitgewerkt is in een programmastrategie, een systematiek van verankering en verantwoording én leidt tot meetbare positieve resultaten, is een maatstaf voor kwaliteit.
  • Een sterke inhoudelijke motivatie voor een sterke regionale publieke omroep vertaalt zich niet automatisch in voldoende middelen om hem in te richten. De overheid moet onderkennen dat de regionale publieke omroep een belangrijke rol kan en moet vervullen binnen het publieke mediabestel, in het bijzonder in relatie tot trends van culturele en economische regionalisering in de regionale democratie en cultuur. Zijn positie is echter kwetsbaar en in het bijzonder die van de regionale publieke televisie. Dit medium bevindt zich in een ontwikkelingsfase die vraagt om een doorontwikkeling maar is daar niet toe in staat omdat de middelen ontbreken. Over de gehele linie geldt dat de regionale omroepen nauwelijks in staat gesteld worden doelgroepprogramma’s te ontwikkelen om een breed bereik te realiseren, conform de Mediawet. Zij zouden beter in staat gesteld moeten worden om in het huidige medialandschap volwaardige invulling aan hun publieke opdracht te kunnen geven.
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 License.