Communicatie met senioren

De tijd van de vergrijzing is aangebroken. Steeds meer mensen in Nederland behoren tot de bevolkingsgroep senioren.

Ook dé oudere bestaat niet, maar over het algemeen geldt voor ouderen het volgende1:

  • Formuleer realistische ambities; ouderen doen bepaalde handelingen en zaken vaak al lange tijd op vaste manieren (routinematig, via vaste patronen). Ze moeten daarom wel heel erg overtuigd zijn van de voordelen van de beoogde gedragsverandering, willen ze hun eigen gedrag aanpassen.
  • Ga de dialoog aan met ouderen vóórdat je de boodschap formuleert en massamediale middelen inzet. Welke verwachtingen en vragen hebben ouderen en hoe kan de overheid hieraan tegemoet komen? Probeer hierin samen te werken met bijvoorbeeld ouderenbonden, omroepen, gemeenten en ouderenadviseurs. Naast hun intermediaire relatie met ouderendoelgroepen kunnen zij ook hulp bieden bij het afstemmen van de informatie op de behoeften.
  • Wacht niet tot ouderen naar jou toe komen met hun vragen, klachten of onbegrip. Ouderen verwachten vaak persoonlijke communicatie en informatie die toegesneden is op de eigen situatie.
  • Werk aan het vertrouwen in de overheid (en reken op weerstand). Uit onderzoek blijkt dat de groep 50-64 jarigen niet overloopt van vertrouwen in de regering en dat zij van alle leeftijdsgroepen het minst tevreden is over het beleid. Kom beloftes na, laat resultaten zien en laat zien dat hun belangen meetellen.
  • Maak de boodschap makkelijk herkenbaar. Na het 50e levensjaar neemt het vermogen van mensen af om boodschappen snel te begrijpen. Zorg dat de boodschap herkenning en houvast biedt en structureert.
  • Spreek ouderen niet aan op leeftijd, tenzij het onderwerp leeftijdsspecifiek is. Speel in op belangrijke gebeurtenissen in het leven, zoals stoppen met werken, kinderen het huis uit of grootouder worden. Verwijs naar wat ouderen wél kunnen (i.p.v. niet) en naar onafhankelijkheid. Breng verschillende generaties in beeld en laat meerdere gradaties van ‘grijs’ zien. De gemiddelde 50-plusser voelt zich bovendien tien tot vijftien jaar jonger dan hij of zij is. Speel daarop in.
  • Eindeloos herhalen heeft geen zin. Dat ouderen een boodschap minder snel gaan begrijpen, heeft niets met vergeetachtigheid te maken. Pas vanaf 75 jaar gaat de herinnering echt afnemen. Tot 65 jaar herinneren ouderen zich net zo goed als jongeren of er voor een onderwerp campagne is gevoerd. Na 65 jaar groeit voorzichtig het aantal mensen dat zegt zich niks te herinneren. De verschillen tussen jong en oud in het herkennen van een campagne-uiting zijn terug te voeren op media-inzet. Zorg dus liever voor een boodschap die aanslaat.
  • Ouderen kijken en luisteren vaker naar regionale omroepen en lezen regionale kranten.
  • Steeds meer ouderen bezitten een computer en gebruiken internet.
  • Speel in op positieve emoties. Emoties werken bij ouderen net iets anders. Ouderen kiezen bij voorkeur voor doelen, die tot positieve emoties leiden. Spreek ze niet aan met negatieve voorbeelden of een negatief beeld, want zij sluiten zich daarvoor af. Ouderen kijken sneller naar een blij, dan naar een boos gezicht. Ook emoties dicht bij huis spreken meer aan. Het rijtje met favoriete televisieprogramma’s van 50-plussers toont veel gemoedelijke gezelligheid.
  • Gebruik niet teveel prikkels. Ouderen kunnen niet terzake doende prikkels niet goed onderdrukken. Het kost ouderen meer moeite dan jongeren om bijzaken te negeren.

Meer informatie? Links & Literatuur - Senioren

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 License.